Suus in het licht

Suus zit op haar kamertje te sippen. Het is grijs en koud buiten en binnen is het eigenlijk niet beter. Verveeld schuift ze haar huiswerk aan de kant. Echt geen zin! Eigenlijk moet ze nog wel even hard trekken aan haar werk: overmorgen een toets, maar ach, waarom ook. Wat heeft wiskunde voor zin als je toch geen idee hebt wat je moet gaan worden, als je toch het gevoel hebt dat niemand op je zit te wachten in die grote drukke maatschappij. Suus laat zich op haar bed zakken en wil net het dekbed over haar hoofd trekken als ze haar moeder hoort roepen.
“Suus! Je zou Sjors even uitlaten!! Schiet eens op, dat beest zit te janken op de mat.” “Kutzooi!” sist Suus, “doe het dan lekker zelf”. Maar ze weet dat het er niet gezelliger op wordt als ze dat hard op zegt en trekt zuchtend haar laarsjes aan. Als ze zichzelf in het voorbijgaan in de spiegel ziet schrikt ze. Een pukkel, echt een pukkel??!! Zo groot als een vulkaan! Ook dat nog, net nu ze eindelijk eens een beetje leuk haar heeft waar niet iedereen op en aanmerkingen op heeft. Net nu er vrijdag een klassenavond is. Een vette ramp! “Suus!” “Ja ja!”gilt Suus naar beneden. “ik ben toch al onderweg”. Toch blijft ze nog even aan de pukkel voelen en knijpen. Nog niet rijp……zal je zien: vrijdag een rode berg met een witte kop erop.
Suus lijnt de hond aan. Ze trekt haar muts ver over haar hoofd. Gelukkig komt ze niemand tegen, zeker niet als ze even naar het sterrenbosje loopt. In het weitje daar staat een paard, zo’n lieverd! Suus loopt het naar het bosje. Het stelt niet veel voor, maar Sjors vindt het leuk, er komt geen kip met dit weer én het paard staat er misschien. Dat zou haar dag een beetje opfleuren.
Met haar handen diep in haar zakken slentert Suus over het bospaadje, terwijl haar gedachten over haar leven gaan. Niks lijkt goed, niks gaat lekker. Thuis niet, op school niet, iedereen zeikt maar aan haar hoofd, niemand ziet haar staan, ze is moe, ze mag niet meer op haar telefoon en nou ook nog een pukkel. Kutleven! In de verte ligt het weitje. Wat is dat nou voor vreemd lichtschijnsel? Zou de boer er zijn? Suus versnelt haar pas. Het paard is haar enige échte vriend. Die zeurt niet, komt altijd even haar prachtige hoofd op haar schouder leggen en wil wel gekroeld.
Het lichtschijnsel is wel heel bijzonder, alsof er een lantaarn opgehangen is. Suus ziet opeens ook het paard staan, middenin het lichtschijnsel. Sterker nog: het paard zelf lijkt licht te geven.
“What the fuck”, zegt Suus. Ze loopt snel naar het hek en kijkt haar ogen uit. De merrie loopt naar haar toe als ze haar bij het hek ziet staan. Ze lijkt wel doorschijnend van het licht. Zo mooi! Suus kijkt met open mond, kan haar wat schelen dat ze er niet uitziet zo. Zoiets heeft ze nog nooit gezien! “Lieve Suus! zegt het paard, we vonden dat je wel een beetje licht kon gebruiken!” “We?” zegt Suus, “tering wat is dit!” “Tja schat”, zegt het paard. “We weten dat je niet meer in sprookjes gelooft, dat je een waardeloos leven hebt, veel teveel aan je hoofd, dat je voor straf je telefoon niet mag gebruiken, dat je moeder in de overgang is, dat je slecht staat voor wiskunde, dat heb je me van de week allemaal al verteld, en zie ik nou ook nog een pukkel? Maar het wordt zo langzamerhand tijd dat we daar eens een beetje aan gaan veranderen, vind je ook niet?” “Zie je wel, denkt Suus. Ik ben ook gewoon gek. Volslagen idioot. Eerst praat ik met een paard, ik dacht dat dat wel kon, gaan ze opeens terug praten, stralen ze als een zaklantaarn en dan moet je maar blijven geloven dat je niet helemaal krankzinnig geworden bent?!”
Het paard hinnikt van het lachen. “Kom op meid, je maakt er een potje van met dat hoofd van je. Je gelooft veel te veel wat je daar aan het bedenken bent. Het is gewoon tijd om de boel eens lekker op
2
te frissen. Je paadje schoon te vegen, de zonnige kant op te zoeken: name it! “En hoe had je dat dan gedacht?” vraagt Suus. “Tijd voor een wonder darling”, zegt het paard. “Fluister jij de hond even in dat je zo terug bent en dan gaan we even snel ergens heen”. “Ik kan Sjors toch niet gewoon hier alleen laten”, zegt Suus. “Mijn moeder ziet me aankomen straks, hond weg. Dat kan ik niet uitleggen hoor. Trouwens, het wordt schemerig, het is vast tijd om zo te gaan eten, ik moet gaan. Ik hoop dat je morgen weer gewoon bent. Dan ben ik het ook…..redelijk dan….op die pukkel na….” Suus draait zich om en wil weg lopen, maar plotsklaps zit ze op de rug van het paard, ziet ze Sjors gaan liggen bij het hek en stijgen ze vervolgens als een lichtflits en met een noodgang op. En tegelijkertijd zijn ze ook ergens anders. “what the fuck,” zegt Suus. Het paard, dat nog steeds licht geeft en Suus staan voor een hutje. Het lijkt wel zo’n soort heksenhutje van eeuwen geleden, of uit sprookjes. Suus krijgt er de kriebels van, maar ze krijgt ook geen tijd om zich al van alles in haar hoofd te halen want de deur zwaait open. “Daar ben je dan…eindelijk en precies op tijd!” roept een klein vrouwtje met een heel mooi zacht en moederlijk gezicht. Ze ziet er enorm lief uit. Eigenlijk en beetje net als een echte oma, denkt Suus.
“Kom meiske, zegt het vrouwtje. “Mijn naam is Terra en wij, Angel – ja ja, zo heet de merrie-en ik maakten ons een beetje zorgen om je. Je bent zo aan het somberen de laatste tijd, aan het mopperen. Je denkt jezelf helemaal in de knoop, dat moesten we maar niet laten gebeuren”. “Kunt u daar iets aan doen dan?” vraagt Suus, “mijn moeder zegt gewoon dat het de leeftijd is en mijn vader zegt alleen maar “puber!!”, alsof ik een vies beest ben. Dan is het toch logisch dat ik niet zo vrolijk ben en ook geen zin meer heb om iets aan te pakken?” Terra lacht.” Meidje, het is gewoon tijd om de bedrading een beetje aan te pakken. Eens te kijken waarom je lichtjes zo zwak schijnen en jij zo loopt te dralen iets moois van je leven te maken. Kom, loop maar eens mee naar binnen, dan krijg je een lekker kopje thee en fiksen wij dit zaakje even.” “Geen gekke dingen toch?” vraagt Suus angstig “…..En de hond? En het eten thuis?” “Sssst”, zegt Terra, “het is in een flits voorbij. Niet alles in het leven duurt lang.”
Ze neemt Suus bij de hand en samen lopen ze naar binnen. De merrie, die Angel heet loopt gewoon mee. Het lijkt er op dat Suus gek geworden is en op een plaats is waar alles maar kan. Suus wordt op een stoel gezet en krijgt een kop thee. “Zo…., zegt Terra. Aan de slag. FF je ogen dicht wijffie. En vertel nou maar eens waar je zoal onder gebukt gaat”. “Nou,” begint Suus, en voor ze het weet stort ze haar hele hart uit: over school en haar ouders en leraren en dat kutleven en pukkels en dat niks lukt en niemand haar aardig vindt en dat ze altijd alleen is en…..en…………..en…… en…ja wat eigenlijk. Ze weet het opeens eigenlijk niet meer. Het valt toch eigenlijk allemaal best mee? Eigenlijk……tja, wat eigenlijk…….eigenlijk weet ze nu gewoon best goed dat ze een leuk mens aan het worden is, dat pukkels vanzelf overgaan, die klasgenoten ook maar worstelen met zichzelf, dat dat niks over haar zegt en dat haar ouders…..ach…ze houden toch zoveel van haar! Ze zien haar wel degelijk zoals ze echt is! Ze heeft het alleen maar zélf niet gezien!
“What the fuck”, zegt Suus. “Ja! Juicht Terra. Gelukt ! Doe je ogen maar open.” Suus opent haar ogen en ziet dat de kamer heel mooi en zacht verlicht is, allerlei kleuren stralen als het ware om haar heen. “Ja, kijk maar eens goed lieve kind, zegt Terra. Dat ben jij. Helemaal jij! Suus bekijkt zichzelf: haar armen, haar benen en als ze een spiegel voorgehouden krijgt haar hele lichaam. “Oh!” zegt ze. “Wat mooi! Wat prachtig! Het lijkt wel een sprookje!”
Terra lacht. “Dat is het ook lieverdje. Het is jouw eigen sprookje. Soms heb je een beetje hulp nodig. Moet er wat aan de bedrading gerommeld worden, dan kunnen die lichtjes gaan schijnen zoals het hoort. Zeg eens, wat is je lievelingskleur?” ”Rood! ”zegt Suus. “Komt dat even goed uit, zegt Terra. “Kom staan”. Suus staat op en Terra buigt zich naar haar voeten. Suus ziet dat het daar nog een stuk
3
donkerder is als de rest van haar lichaam. Terwijl Terra haar voeten vasthoudt zegt ze: zeg mij na: IK Ben Suus”. “Ik ben Suus”, zegt Suus. “Goed zo, Ik ben helemaal goed zoals ik ben. Ik ben ik. Niemand meer en niemand minder. Ik hou van mezelf, en ik accepteer mezelf voor de volle honderd procent, precies zoals ik ben en zoals ik hier op aarde ben gekomen met mijn eigen taak” zegt Terra. Suus zegt alles na, ze krijgt er tranen van in haar ogen. Het voelt zo waar! En kijk! Rondom haar voeten straalt een licht van het mooiste rood dat ze ooit gezien heeft. “Ooooh zucht ze. Wat prachtig! Terra klapt in haar handen en Angel het paard steigert van plezier.
“Nog een laatste dingetje”, zegt Terra, “schrijf in gedachten je naam en de datum van vandaag in de aarde, precies daar waar je nu staat, kan je dat? ”Suus knikt ze kan zich dat goed voorstellen. Het rode licht word er nog warmer van en lijkt wel helemaal langs haar benen naar omhoog te kruipen. Suus voelt zich er enorm blij en warm van worden. Terra staat voor haar en kijkt in haar ogen. “Welkom op aarde lieve schat,” zegt ze. “Vergeet nooit, maar dan ook echt nooit hoe prachtig je bent, hoe waardevol en hoe krachtig. Schijn je licht waar je maar gaat en schenk het aan iedereen die je ontmoet. Deel jouw rood en voel je geliefd en geaccepteerd. Precies goed. Precies zoals je bent. Eén dingetje….de lichtjes zie je in real life misschien niet, maar ze zijn er wel degelijk. Hou in de gaten dat ze helder blijven schijnen door de dingen die je doet en denkt………en zegt ”, zegt Terra met een warme glimlach. Suus veegt een traan van ontroering weg. “Dankjewel Terra, dankjewel Angel, zonder jullie……” Plotsklaps staat Suus weer bij het hek. Sjors staat naast haar. Het paard knikt haar bemoedigend toe. Tijd om naar huis te gaan. Naar huis, waar het nooit meer hetzelfde zal zijn, waar Suus werkelijk thuis zal komen, dat weet ze heel zeker. Suus kijkt naar de grond. Waar ze staat, naast haar rode laarsjes, is in het zand geschreven: Suus-Aarde 17 december 2017.

 

Geschreven door Katja van Stuijvenberg www.dejadekeizer.nl