Categorie archief: Helende verhalen

Tobias

Tobias is eblue-boat-1450531en jongetje met blond, vlassig haar en blauwe, felle ogen. Hij woont met zijn vader en moeder en twee grote broers in een houten huisje vlak bij zee. Het waait er vaak. het huis staat in een stadje. De meeste huizen zijn in vrolijke kleuren geschilderd. Het huis van Tobias is licht groen. Om het huis heen is een mooie, wilde tuin en een moestuintje.

Wat Tobias het liefste doet is spelen met vriendjes, op straat of binnen. Hij kan ook goed alleen spelen en hij kan uren tekenen. De mooiste tekeningen maakt hij dan, van plekken die hij graag zou bezoeken.

Tobias moet ook naar school, dat vindt hij leuk omdat hij dan zijn vriendjes ziet, maar leren vindt hij lastig en moeilijk. “ik moet zoveel” moppert hij dan. Tobias is slim maar hij vindt het moeilijk om de hele dag op zijn stoeltje achter zijn tafeltje te zitten en te moeten doen wat de juf zegt. Juf is ook weleens boos op hem omdat hij niet altijd luistert. Bah, stomme juf, denkt Tobias dan.

Wat Tobias het allerliefste doet is varen met hun bootje. Een mooi houten, wit met blauw bootje, met een motor. Het ligt in de haven vlak bij huis. Soms mag hij van papa aan het roer. Het bootje stuitert dan over de golven, zijn blonde haren wapperen in de wind, zijn blauwe ogen stralen. Hij mag ook weleens met zijn oudere broers varen, maar die zijn streng en laten Tobias niet sturen. Ze zeggen dat hij daar te klein voor is en het nog niet kan. Zijn broers zeggen wel vaker onaardige dingen. Dat vindt Tobias niet leuk. Zij zijn al zo groot en kunnen al zoveel. Dan voelt hij zich verdrietig.

Op een dag bedenkt Tobias een plan. Hij pakt zijn koffer en doet daar wat kleren en zijn liefste knuffel beer in. Als er niemand op hem let, glipt hij snel het huis uit en rent naar de haven, naar het bootje, springt erin en start de motor. Voorzichtig vaart hij het bootje uit de haven. Hij is een beetje verbaasd over hoe makkelijk en goed dat gaat.. Een stukje verderop op zee ligt een eilandje. Er wonen maar een paar mensen, ook in gekleurde houten huisjes. Het eilandje heeft een strand, maar ook veel bomen, heuvels en bloemen. Het is er prachtig, Tobias komt er graag. Hij kent er een aardige vrouw, Rita, die met haar vier katten in een blauw huisje woont. Ze heeft grijs haar en rimpels in haar gezicht. Sommige vriendjes zijn bang voor haar, maar Tobias niet. Daar gaat hij naar toe, daar wil hij zijn, weg van alle dingen die hij moet, school , zijn grote broers.

Het waait een beetje, de boot deint over de golven, maar de zon schijnt fel en de lucht is blauw. Het eiland komt in zicht en Tobias legt aan aan de houten stijger bij het huis van Rita. Ze komt net naar buiten lopen en begroet Tobias hartelijk en zegt hoe blij ze is dat hij er is. Ze heeft zoveel werk te doen en daar kan Tobias haar fijn bij helpen. Wat knap dat je hier alleen naar toe bent gevaren, wat zullen ze thuis trots op je zijn, zegt ze. Tobias vertelt haar maar niet dat hij stiekem is weggegaan. Ze geeft hem  een beker sap en een vers gebakken broodje en luistert naar zijn verhalen. Ze glimlacht naar hem en zegt dat ze hem al zo groot vindt! Tobias straalt.

Dan geeft Rita hem een mand en vraagt hem de rijpe bessen uit de tuin te plukken, daarna mag hij hout voor de kachel zagen en onkruid wieden. Het ene klusje na het andere doet hij en telkens zegt Rita dat ze zo blij is met zijn hulp en dat hij zo’n ijverige, harde werker is. Hij is precies op het goede moment gekomen! Tobias voelt zich blij en trots, het is fijn om Rita te helpen.

Aan het einde van de dag, als de zon al zakt en rood kleurt, vindt Rita het tijd worden dat Tobias weer terug naar huis vaart. Ze geeft hem een dikke knuffel en vertelt hem dat hij altijd terug mag komen en dat ze niemand kent die zo goed klusjes kan doen als hij.

De volgende dag ziet Tobias zijn vriendjes weer op school. Ze rennen achter elkaar aan en spelen tikkertje. In de klas moeten ze van juf een verhaal schrijven. Tobias schrijft over zijn avontuur met de boot, over het eiland en Rita, zijn harde werken en hoe blij Rita met hem was. Hij maakt er ook nog een prachtige tekening bij van het eiland. Als hij klaar is levert hij zijn verhaal bij de juf in. Ze mogen gaan buiten spelen.

Na de pauze schenkt juf Tobias een warme glimlach als hij de klas in komt. Als alle kinderen zitten, pakt juf een verhaal van de stapel en begint voor te lezen. Het is het verhaal van Tobias! Hij voelt zijn wangen gloeien, gluurt om zich heen naar de andere kinderen. Ze luisteren allemaal ademloos naar juf. Aan het einde van het verhaal laat juf nog de mooie tekening zien, ze zucht: ” wat een prachtig verhaal Tobias, wat heb je dat ontzettend goed gedaan”.

Tobias voelt zich trots en rustig, op zijn stoeltje, achter zijn tafel. En stiekem ook al een hele grote jongen!

 

Lotte Leclercq

Zoektocht van een heks

heks3In een klein dorpje woonde een heks van ongeveer 20 jaar oud. Ze komt uit een familie die bestaat uit een moeder, vader en een zusje. Ze was niet erg tevreden over haar leven zoals het nu was. Ze was vooral aan het overleven. Ze werkte veel en zorgde een klein beetje voor haar vader als die een zetje in de goede richting nodig had. Ze besloot om haar bezemsteel te pakken en de wereld eens te gaan verkennen.

Ze vloog op haar bezemsteel boven de aarde en zag dat het best een beetje grijs was van boven af. Toen ze een klein lichtpuntje zag besloot ze op verkenning te gaan en vloog naar beneden. Ze kwam terecht in een dorpje waar ze een klein konijntje tegen kwam. Ze vertelde het konijntje waar ze vandaan kwam en dat het haar verbaasde hoe grijs de wereld er van boven af uitzag. Het konijntje wist daar wel wat op en nam de heks mee naar het bos. De heks vond het helemaal geweldig. Zo rustig met al dat groen om haar heen. Ze besloot een tijdje in het bos te blijven. Zo ontmoetten ze ook de spinnetjes en vogels die in het bos woonden. Ze hadden veel lol samen maar na verloop van tijd kreeg de heks door dat zij niet meer haar zelf was. Ze was zich voornamelijk aan het aanpassen aan de spinnetjes, vogels en het konijntje. Hierdoor vergat ze bijna wie ze zelf was. De heks besloot om haar bezemsteel weer te pakken en verder te kijken. Ze nam het konijntje mee op de bezemsteel omdat die haar zo goed had geholpen en vloog weg van het bos. De vogels vonden dat zo erg dat ze een stukje mee vlogen maar hielden het na een poosje voor gezien en vlogen terug naar hun eigen bos.

Na een paar dagen te hebben gevlogen boven de aarde die nog steeds grijs was, zagen de heks bloemenen het konijntje een groen lichtje met allemaal gekleurde stippen. Ze vlogen er snel naar toe want ze waren erg nieuwsgierig geworden wat die stippen waren. Beneden aangekomen zagen ze dat het een weiland was die vol stond met bloemen. Ze besloten even te gaan liggen om uit te rusten. Na 2 dagen werden de heks en het konijntje wakker en zagen ze dat de bloemen allemaal waren uitgekomen. Wat een mooie bloemenzee om hun heen en wat een mooie vlinders vlogen er in de lucht. De heks en het konijntje besloten hier te blijven want ze werden heel vrolijk van al dat groen, rood, geel en witte kleuren. Ze maakte veel vriendjes met de vlinders en de rupsen en holde, huppelde en vlogen lekker achter elkaar aan. Wat hadden ze een lol samen. Opeens was de zomer voorbij en werd het winter. De mooie bloemen werden bruin en gingen dood en de vlinders waren ook ineens verdwenen. Hier werd de heks erg verdrietig van en ze besefte weer dat ze eigenlijk de dingen deed die andere ook deden en dat ze niet echt een eigen mening had. Ze besloot weer om haar bezemsteel te pakken om verder te vliegen. Het konijntje liet ze achter want die vond het wel erg fijn in het weiland en ging een holletje maken voor zichzelf zodat ze veilig kon wachten totdat het weer lente werd en ze haar vriendjes weer kon ontmoeten.

Toen ze weer boven aan het zweven was op haar bezemsteel ontdekte ze dat de wereld er nu veel lichter uit zag. Ze kon veel meer genieten van de lichte kleuren om haar heen en besloot het een beetje rustiger aan te doen. Na een paar dagen rustig aan te hebben gedaan vond de heks het een beetje stil worden om haar heen en besloot wat te gaan dalen om te kijken wat voor moois ze nu kon ontdekken. Niet veel later zag ze wat glinsteren. Ze had dit nog niet eerder gezien. Ze besloot er naar toe te vliegen op haar bezemsteel. Toen ze dichterbij kwam zag ze dat de zon in de zee scheen waardoor het zo mooi glinsterde en om er nog meer van te genieten besloot ze hoog in de boom te gaan zitten om al dat moois te gaan bewonderen. Het leek wel uren dat ze daar heeft gezeten maar op eens begon er iemand tegen haar te praten. Het was een wijze roofvogel die naast de heks kwam zitten. Het voelde erg vertrouwd om met de roofvogel te praten dus besloot de heks haar levens verhaal te vertellen. Ze vertelde de roofvogel dat ze jaren terug van huis was gegaan omdat ze wou uitzoeken wie ze was maar dat ze dat eigenlijk nog niet wist. Ze was wel vriendjes tegen gekomen maar had na een paar maanden toch weer het idee dat ze mee deed met haar vriendjes en dat ze nog steeds geen eigen menig had. Het maakte haar erg verdrietig dat ze op deze leeftijd nog steeds niet weet wat ze verder met haar leven wou doen. Ondertussen had de heks al zo lang gepraat en had de roofvogel zo geduldig geluisterd dat het al laat was geworden. De roofvogel wilde heel graag slapen maar beloofde de heks dat ze er morgen verder over zouden praten. De volgende ochtend maakte de roofvogel de heks wakker. Er waren weer vrolijke kleuren om de heks heen en de heks had meteen een lach op haar gezicht. De roofvogel had eens nagedacht hoe hij de heks kon helpen en had volgens hem de oplossing. Waar de heks natuurlijk erg nieuwsgierig naar was. De roofvogel nam de heks mee naar het strand. Ze gingen zitten in het licht gele zand en keken naar de licht blauwe lucht waar het zonnetje scheen. Je mag 3 wensen doen zei de roofvogel. Je mag ze hardop zeggen en dan ga ik kijken wat ik voor je kan doen. heksroofvogel

De heks dacht heel hard na over wat ze graag zou willen. Het duurde wel even voordat ze de eerste wens wist maar ineens riep de heks: “IK HEB IN AL DIE JAREN MIJN PROBLEMEN ACHTER EEN DEUR GESTOPT EN NU WIL IK GRAAG DAT DE DEUR OPEN GAAT EN DAT MIJN PROBLEMEN MEE WAAIEN MET DE WIND”. Voordat de heks het doorhad ging de deur open en vloog alles weg. De heks voelde zich meteen veel beter. Nu mocht de heks een tweede wens bedenken. Dit duurde niet lang tot ze zei: “IK WIL ZIJN WIE IK WIL ZIJN ZONDER ER BIJ NA TE DENKEN WAT ANDERE ER VAN VINDEN”. Opeens zag de heks dat ze andere kleren aan had en dat er overal vogels, vlinders konijntjes en spinnetjes aan kwamen rennen die alleen maar complimentjes aan het geven waren en wonder boven wonder vond de heks het helemaal geweldig om naar te luisteren. Nu nog de laatste wens. Deze was niet zo makkelijk maar plotseling begon ze te roepen: “DAT IK DE KRACHT MAG HEB OM VAN MEZELF TE GAAN HOUDEN EN DAT IK ALTIJD VROLIJK EN CREATIEF MAG ZIJN”. Bij deze laatste wens zei de roofvogel: “Ik ga zorgen dat je de kracht mag ervaren om van jezelf te gaan houden maar een mooi mens ben je al en als je daar aan twijfelt ga dan even naar het strand of loop een rondje in het bos want daar zal ik je vast nog wel een keertje tegen komen”. De heks bedankte de roofvogel en was erg blij dat ze de roofvogel was tegen gekomen maar het werd tijd ze haar leven ging oppakken. De roofvogel vloog weg en toen hij nog even om keek zag hij in de verte een mooie regenboog met de kleuren paars, blauw, groen, geel, oranje en rood en dacht:  NA REGEN KOMT ZONNESCHIJN.

Miranda de Graaf

De Druppel

fish-1565795Op een ochtend werd Vis wakker en dacht; ‘Wat is het leven soms toch spannend en waarom moet ik zoveel?’ Iedere dag weer hetzelfde liedje; uit bed, eten, naar school, spelen, eten en weer naar bed. Waarom mag een dag soms niet anders? Gewoon doen waar ik zin in heb? Als de Vis erover nadenkt hoe haar dag er dan uit zou zien voelt ze dat het ook wel spannend vindt. Zou ze dat wel durven, wat zou iedereen ervan zeggen en als ze het mocht zou het dan nog leuk zijn? Als ze om haar heen kijkt ziet ze veel andere Vissen spelen, blij zijn en genieten van het water om hen heen. Het lijkt bij hen vanzelf te gaan, waarom kan zij dit niet zo voelen? Het water voelt soms fijn, maar ook vaak zwaar, alsof ze er niet doorheen kan zwemmen. Ze wilt ook bewegen zoals de anderen, zich sterk voelen, uit het water springen als een Dolfijn en zich vrij voelen. Omdat het spannende gevoel niet wegging bleef de Vis de dingen doen zoals ze die altijd deed.

Tot de dag dat er een Dolfijn langs zwom en naar haar keek. Ze dacht eigenlijk dat hij niet naar haar keek maar naar de andere Vissen achter haar. Toen hij voor de 2e keer voorbij zwom gaf hij haar een knipoog.

De Vis kon het bijna niet geloven, waarom zou deze Dolfijn met haar willen spelen? Dat kon ze toch helemaal niet! Dat had ze nog nooit gedaan.

‘Hee Vis’, riep hij naar haar, ‘Ga je mee spelen?’ ‘Dat lijkt me leuk maar ik ben bang ddolphin-2-1246799at ik het niet kan’, riep de Vis naar hem. De Dolfijn keek haar vragend aan en vroeg;’ Heb je het weleens geprobeerd?’ ‘Nee’, riep de Vis terug, ‘Dat vind ik te spannend!’

De Dolfijn zwom een paar rondjes om de Vis heen, lachte naar haar en zei; ‘Dus je wilt het wel maar je doet het niet?’ Was dat waar wat hij zei? De Vis vond het niet leuk dat hij het zei, het maakte haar een beetje boos. Waarom zei hij dat tegen haar? De Dolfijn zwaaide naar haar en riep; ‘Tot later Vis, ik kom terug om met je te spelen maar alleen als jij dat ook wilt’.

De volgende dag keek Vis of ze de Dolfijn zag, maar helaas. De dagen erna was hij ook nergens te zien. Ze wilde hem gaan zoeken maar dan moest ze alleen gaan zwemmen en dat had ze nog nooit gedaan. Niet in haar eentje maar ook niet zover bij de anderen vandaan. Wat als ze verdwaalde en de Dolfijn niet vond, dan had ze niemand. Hoe meer ze erover nadacht hoe zwaarder het water ging voelen, alsof ze er niet meer in kon bewegen. Nu wilde ze gaan spelen en nu ging het niet. De Druppels water leken wel stenen waar de Vis doorheen moest worstelen. Op het moment dat ze het bijna opgaf om de Dolfijn te gaan zoeken werd ze in haar droom verrast door het bezoek van een grote Druppel. Niet zomaar een Druppel maar een levensgrote.

druppel-4-1340314De Druppel ging tegen haar praten; ‘Vis, het water is om in te bewegen, het lijkt wel alsof of jij in het ijs aan het zwemmen bent. Dat is onmogelijk, zo kom je niet vooruit. Kijk eens naar mij, mijn vorm, die kan alle kanten op, net als jij. Kijk vooruit en ga door de druppels heen, het zijn geen muren, ze helpen je vooruit te komen. Waar wil je eigenlijk naartoe zwemmen?’ Naar de Dolfijn zei ik, maar ik kan hem niet vinden. ‘Dat komt omdat je bang bent, maar geloof mij als jij hem hebt gevonden dan heb je ook gevonden wat je zo graag wilt en kun je gaan doen wat je altijd al wilt; je bewegen zoals de anderen, je sterk voelen, uit het water springen en je vrij voelen.’

Was dat het? Was ze bang voor hetgeen wat ze graag wilde? Maar ze wilde het echt! Toen ze met haar ogen knipperde om de Druppel nog iets te vragen was de Druppel verdwenen en lag ze alleen in haar bed. Had ze dit gedroomd of was de Druppel echt bij haar geweest? Hoe dan ook, als ze morgen wakker werd ging ze op zoek naar de Dolfijn. Als het echt zo was zoals de Druppel vertelde kon ze de Dolfijn vinden en was ze sterk genoeg om het alleen te gaan doen.

De volgende ochtend was ze er klaar voor. Het kon niet anders of de Druppel was echt langs geweest, het water voelde zo anders dan de dagen ervoor. Het zwemmen ging veel makkelijker en ze voelde zich niet zo bang als eerst. Nog wel een beetje spannend maar ze had zin om op zoek te gaan naar de Dolfijn. Ze wilde hem vertellen dat ze er klaar voor was om mee te gaan spelen, dat ze het nu ook durfde. Het duurde maar even voordat ze hem gevonden had. Hij keek haar lachend aan toen ze naar hem toe zwom. ‘Ik wist dat je zou komen Vis, alle andere Vissen en ik wisten al dat jij het zou durven maar jij wist het nog niet. Wat fijn dat je het hebt gedaan, je bent alleen naar mij toe gezwommen terwijl je niet zeker wist of je mij zou vinden, wat knap! Kom we gaan spelen en ik ga je alles leren wat jij graag wilt.’

De Vis werd er een beetje verlegen van maar voelde zich wel fijn bij deze mooie krachtige Dolfijn. Van hem kon ze nog veel leren maar durfde ze de stap te wagen? Het voelde alsof hij het niet waar kon zijn dat hij dit tegen haar zei. Wist hij niet hoe spannend ze alle nieuwe dingen vond? Voelde hij niet dat ze bij alles dacht kan ik dit wel en doe ik het dan goed genoeg? Wat als het niet lukt, gaat hij me dan uitlachen of laat hij me dan alleen? Wat als hij een grap uithaalde en haar juist wilde laten zien dat ze het echt niet kon? Dit zorgde ervoor dat de Vis zich heel klein maakte en terug wilde zwemmen naar de plaats waar ze vandaan kwam. Dolfijn zag haar weg zwemmen en ging haar achterna. Hee Vis riep hij, waarom zwem je weg? Waar ben je bang voor? ‘Ik ben bang dat ik het niet goed genoeg doe’, zei Vis tegen de Dolfijn. ‘Jij bent zo groot en krachtig, ik voel me klein en denk dat ik het niet kan’. ‘Oh’, zei de Dolfijn, ‘maar hoe graag wil je dan dingen leren? Heel graag Dolfijn, maar het is zo spannend om het echt te gaan doen’.

De Dolfijn nodigde haar uit op zijn grote sterke rug. Vis klom erop en voelde zich groter en sterker dan ooit. Wij gaan dit samen doen Vis, eerst laat ik jou zien hoe het moet, daarna doen we het samen en als jij zover bent doe je het alleen. Je mag fouten maken daar leer je van, alles wat je al kunt is niet meer spannend, daar leer je niets van. Wat denk je ervan, ga je mee?

Vis gaf Dolfijn een grote knuffel, keek hem aan en zei; Met jou samen durf ik alles, dank je wel Dolfijn.

Over de Druppel heeft Vis niets tegen Dolfijn gezegd, maar ze denkt nog vaak aan hem terug. De onbekende Druppel die haar de weg naar de Dolfijn heeft gewezen…..

Conny Slooter

 

Lopen tot de zon komt

MadeliefIk heb altijd bewondering gehad voor mensen die door het leven heen huppelden. Zorgeloos, hun hoofd niet omdraaiend naar het verleden, vooruit kijken, denken en doen. Staan waar ze voor staan, niet bang om hun mening te geven. Wetend wat ze willen, waar ze voor staan, wie ze zijn. Geen drukte in hun hoofd. Geen ellendig gevoel in hun lichaam en niet weten waarom ze zich zo voelen, Gewoon lekker hun ding doen en zich niet druk maken. Het is eigenlijk geen bewondering, maar, helaas jaloezie. Een heel vervelende, emotie.

Op vakantie, in het jaar 1992, kwam ik in Portugal de toen 22 jarige Madelief tegen. We zaten in dezelfde bus. Ik was voor het eerst alleen op vakantie, zat er helemaal doorheen, wist niet meer wie ik was en wat ik nou eigenlijk van het leven wilde, ik vroeg me dikwijls af, hoe zou het leven er over jaren uit zien. Zal ik eindelijk mijn passie hebben gevonden en daar heerlijk in vrede mee kunnen leven. Nu was ik alleen maar bezig met denken, denken en nog eens denken. Terwijl ik toch echt een gevoelsmens ben.

Daar in het verre Portugal kwam ik dus Madelief tegen, we raakten aan de praat, over de vakantie, werk, eigenlijk over van alles. Wat een sterk persoon , wat een spontane meid, ik bewonderde haar aan alle kanten. Ze had echt alles mee, ze was mooi, gezellig, vrolijk, had altijd wel wat leuks te vertellen, ja, zij huppelde door het leven. Ik deed mij zoals altijd weer anders voor. Ja hoor, prima met mij gaat ook alles naar wens in mijn leven, ik ben heerlijk in mijn eentje op vakantie, zaaaalig! Dat is wat ik zei, maar niks was natuurlijk minder waar, ik was aan het vluchten voor het echte leven , ik probeerde daar in Portugal, iets te vinden, het geluk, een teken, iets, want nu had ik niks, voelde me een vreemde in mijn eigen lichaam.

Naarmate de week volgde, hadden Madelief en ik steeds meer contact, we winkelden samen. Gingen naar het strand, aten samen. Door haar leuke en positieve verhalen over haar leventje, voelde ik me steeds naarder. we waren van dezelfde leeftijd, 20 jaar, maar zij was al zoveel verder. Ik voelde me echt een nietsnut, een loser, wat stelde ik eigenlijk voor.

Ik luisterde aandachtig naar alles wat ze mij te vertellen had, haar vader was op jonge leeftijd overleden. Ze bleef over met haar moeder en broertje. Haar moeder, gaf in die tijd haar broertje meer aandacht, hij was jonger dan haar. Haar moeder dacht dat zij het wel zou redden, zij was een sterk persoon. En inderdaad, dat is zij ook. Madelief vertelden dat zij toen veel het huis ontvluchtte, om maar niet in die bedompte nare sfeer te moeten zitten. Ze ging blowen, om lekker even uit haar hoofd te verdwijnen. Ik voelde me nu helemaal naar, zij die zoveel had meegemaakt en toch zo positief nog kon zijn.

Toen ik op een avond naar de sterren zat te kijken en naar de golven die over de rotsen kolkte, kreeg ik een visioen. Er kwam een soort licht door mij heen, een verwarmde straal, een beeld van kracht, die ik niet kan beschrijven. Ik moest verder met dit mooie leven, ik moest positief denken, de kracht die zeker in mij zit laten stromen. Als ik negatief denk word ik dat ook. Houd je geest zuiver, want wat een mens denkt dat wordt hij.

Daar op het verre strand in een ver land, kwam ik opeens tot zoveel inzichten. Ik kwam tot een conclusie. Iedereen in deze wereld maakt nare dingen mee. Iedereen heeft weleens nare gedachte. Iedereen weet wel eens niet wat hij wil. iedereen loopt weleens vast. Het leven is moeilijk, vooral op deze leeftijd. Wat ga je doen voor de rest van je leven, wat wil je bereiken. Het is zo`n klus om dat maar even te klaren. Maar het hoeft niet altijd perfect te zijn. Ik hoef niet altijd perfect te zijn. Ik moet genieten van wat er wel is, wat ik leuk vind, waar ik goed in ben. Ik ben een goed mens en dat ga ik de wereld en vooral mezelf vanaf NU laten zien!

Dank je wel Madelief! Mooi positief mens….

 

Door Marijke Boersma.

De walvis

walvis♫ Hé hé dikke walvis, ik ken niemand anders die zo groot is,

Hé hé dikke walvis, ik ken niemand anders die zo groot is,

Je bek zit vol baleinen, ze dansen als gordijnen

Zo zwem je in de zee, wij zwemmen met je mee ♫

 

Als een kleine walvis zwem je mee in de grote open zee. Je kijkt om je heen in deze wondere wereld onder water. Je denkt bij jezelf; Zal ik ook zo groot worden later?

 

Kleine walvis heeft een groot probleem. Hij komt maar niet door de cijfers heen. Bij elk cijfer begint hij te zweten. Hoe moet ik dit getal nu weer weten. 1,2,3,4,5,6,9 of is het eerst 8 en 7. Hij ziet door de cijfers het zeewier niet meer…zijn ogen gaan tranen; Hij ziet het niet meer. Hij wordt nu ook boos op zichzelf en op de som…Hij voelt zich verdrietig en ontzettend dom…Maar hulp vragen dat kan hij niet, als hij niets zegt is er niemand die het weet en ziet…

Al die gevoelens tollen in het rond. Dat is voor de kleine walvis niet gezond. Hij straalt ook geen plezier uit alleen maar verdriet en dat gun je een kleine walvis niet…

De vissen in het water voelen de zee bewegen…De zee geeft aan dat de kleine walvis moet gaan leven…Hij moet meezwemmen met de stroom en denken aan een mooie droom…

Een school vissen in de zee neemt de kleine walvis mee…Ze gaan op zoek naar heerlijk eten…Planktoncijfers moet je weten…Kleine walvis spert zijn bek wijd open…Laat langs de baleinen de planktoncijfers binnenlopen…De cijfers hopen zich op in zijn grote maag…Wachtend op een rekenvraag…

Deze vraag komt uiteindelijk van de grote, dikke walvis die wil weten wat 2 en 3 samen is…De kleine walvis denkt heel even…Laat de cijfers in zijn maag beleven…Hij maakt een hard sissend geluid en spuit de 5 eruit…

De kleine walvis wordt heel blij van binnen…Voelt dat hij weet hoe hij moet beginnen…De cijfers slikt hij in…Wachtend op een rekenzin…Door met gevoel goed na te denken…Kan hij zo een antwoord schenken…Met een hele grote spuit komt het juiste getal eruit…

De grote, dikke walvis kijkt trots naar de kleine vis en weet dat hij straks ook een grote, dikke walvis is!

 

 

Irma van der Meer april 2015

Het ballonnenmeisje

colorfull-ballons-2-1385006-mZe noemde haar het ballonnenmeisje. En dat was niet voor niets. Overal waar het meisje ging nam ze haar ballonnen met zich mee. Als klein meisje al was ze begonnen om ballonnen te verzamelen. Grote ballonnen, kleine ballonnen, rode, blauwe, groene, allerlei soorten en maten. Door deze ballonnen voelde het meisje zich prettig, veilig en geborgen. Het was dan ook zo dat als ze een ballon verloor, ze erg verdrietig was. Ze begon dan aan zichzelf te twijfelen;” heb ik wel goed genoeg opgelet, en gezorgd voor die ballon?” Dat maakte haar heel onzeker en verdrietig, en ze kon daar lang over blijven piekeren. Ze ging dan op zoek naar een andere ballon zodat ze zich weer prettig en veilig voelde. Want met die ballonnen durfde ze van alles en durfde ze zich te laten zien.

 

Toen ze 16 werd kwam ze een prachtige ballon tegen. Deze ballon was groot en sterk, en glom prachtig in de zon. Oh wat was ze blij met deze ballon! Met deze ballon durfde ze alles aan, ze ging reizen, feesten en veel plezier maken. Deze ballon wilde het meisje zeker niet kwijt raken, en daarom bond ze deze ballon extra stevig vast om haar hand. Want stel je voor dat ze deze ballon kwijt zou raken… De mooie grote ballon en het meisje waren onafscheidelijk van elkaar. Waar je het meisje zag was ook de ballon en dat vond het meisje heerlijk.

 

Langzaamaan kon ze zich geen leven meer voorstellen zonder haar mooie grote ballon. Het was Haar ballon en van niemand anders..! Maar wat het meisje niet in de gaten had was dat ze hebberig werd en zelfs jaloers. Zodra er maar iemand naar haar mooie ballon wilde kijken trok ze de ballon gauw met zich mee. Want stel je voor dat iemand die ballon af wilde pakken.. Wie was ze dan nog?? Zonder haar ballon voelde ze zich klein en bang en dat voelde helemaal niet fijn. Want, wie was ze eigenlijk, zonder al haar ballonnen en haar mooie grote ballon in het bijzonder? Het meisje wist het zelf ook niet meer en ze wilde daar ook niet te lang over nadenken.

 

Door de jaren heen had het meisje heel veel ballonnen verzameld. Ze had zoveel touwtjes in haar handen dat ze continu op moest letten dat ze geen ballon kwijt raakte. Waar ze zich voorheen heel prettig en veilig voelde met al haar ballonnen, begon ze er nu last van te krijgen… De ballonnen verhinderde haar om te gaan en staan waar ze zelf wilde. In plaats van dat ze zich veilig en prettig voelde begon ze zich te irriteren aan sommige ballonnen!

“Wat kan ik doen?” vroeg het meisje zich af, want op deze manier ging het echt niet meer.

 

Op een dag besloot het ballonnenmeisje om op reis te gaan. Ze pakte haar tas en ballonnen bij elkaar en daar ging ze. Ze wist nog niet precies waar ze heen zou gaan en dat vond ze ook wel een beetje spannend, maar ze voelde dat ze op het goede pad zat.

Ze liep over velden en door valleien, berg op en berg af. Ze kwam op prachtige plekken en bijzondere plaatsen, en al reizend kwam ze ook weer mooie ballonnen tegen. Alleen… haar handen had ze zo vol met touwtjes van haar ballonnen dat daar geen nieuwe ballonnen bij paste.. En het was zelfs zo dat haar ballonnen haar belemmerde in haar reis.

Soms kwam ze bij boomstammen en rivieren waar ze overheen of onderdoor moest en dat was erg lastig met al haar ballonnen..! Wat moest ze doen?! Ze kon al haar ballonnen die ze al die jaren bij haar had gehouden toch niet zomaar loslaten?? Wat zou er dan gebeuren? Kon ze zich nog wel staande houden zonder al haar ballonnen?!

Langzaamaan, 1 voor 1 liet ze toch haar ballonnen los. Oh wat was dat spannend…zou ze haar balans wel behouden zonder al die ballonnetjes?

Tot haar verbazing merkte het meisje dat ze zich staande wist te houden, ook met minder ballonnen. Ze voelde zelfs heel veel vrijheid, ze kon gaan en staan waar ze wilde, zonder continu op haar ballonnetjes te hoeven letten. Uiteindelijk had ze nog een klein trosje ballonnen over, haar mooiste ballonnen waaronder de grote mooie ballon. Deze ballonnen wilde ze nog graag bij zich houden, want “stel je voor als ik deze kwijt zou raken” dacht het meisje…. “Dit zijn mijn lievelingsballonnen!”

 

Op een dag kwam ze bij een grote brede rivier. De rivier was te diep en te wild om door heen te gaan, dat wist het meisje. Maar wat nu..? Terug gaan was geen optie voor het meisje, maar de rivier was te sterk om tegen te vechten. De enige oplossing, bedacht het meisje, was om zich in het water te laten glijden en zich mee te laten voeren door de rivier. Zo stond ze daar op de oever met haal kleine tros ballonnen en keek naar de rivier. Het kolkende water en de rotsen zagen er wel heel spannend uit…! Toch wilde het meisje niet terug, en met haar lievelingsballonnen durfde het meisje de tocht door de rivier wel aan.

Een ogenblik later lag het meisje in het water en liet ze zich mee voeren door het water. Maar oh jee…het water was wel heel sterk.. Ze ging verschillende keren kopje onder om vervolgens weer proestend boven te komen, en botste regelmatig tegen de rotsen aan. Ze had haar trosje ballonnen nog steeds vast maar ze wist dat ze ook deze ballonnen los moest gaan laten om zichzelf tegen de rotsen te kunnen beschermen.

Ze deed haar hand open en daar gingen haar ballonnen,.. waaronder haar grootste mooiste ballon, de lucht in. En terwijl ze haar armen kruiste om zichzelf te beschermen tegen de rotsen, merkte ze dat ze begon te genieten van haar ritje in het water. Ze gleed tussen de rotsen door, en ze wist zich ook boven water te houden omdat ze zichzelf in balans ballon in luchthield. “Ik kan het alleen!” riep ze uit, “ik heb mijn ballonnen niet nodig om me staande te houden” besefte ze zich op dat moment. Na een half uur van glijden en roetsjen kwam ze op het smalste stuk van de rivier. Hier kon ze staan, en ze was blij verrast hoe makkelijk ze zichzelf omhoog hielp om vervolgens naar de overkant van de rivier te lopen. En daar aan de overkant was het prachtig mooi! Het leek daar wel groener, warmer en helderder dan ooit te voren!!

Ze hervatte haar reis, en ze vond het heerlijk om te merken hoe makkelijk ze zich nu voort kon bewegen. Ze klom onder boomstammen door, sprong over sloten, en rende langs de velden vol prachtige bloemen. Ze voelde zich vrij en sterk, en kon heel de wereld aan!

 

Na een tijdje voelde ze dat er iets of iemand haar volgde.. Ze keek achter zich, en daar zag ze op een afstandje haar trosje van lievelingsballonnen, met in het midden haar mooiste en grootste ballon! Ze vlogen achter het meisje aan en lieten zich heerlijk door de wind meevoeren. Het meisje was ontzettend blij om ze te zien, maar ze wist nu ook dat ze haar ballonnen niet meer vast hoefde te houden. Ze kon zichzelf nu staande houden, en ze wist dat als ze hulp nodig had haar ballonnen in de buurt zouden zijn.

 

Met deze wetenschap en gevoel van vrijheid ging het meisje verder met haar reis. Af en toe zag ze mooie ballonnen voorbij komen die haar dan gezelschap hielden, maar nooit meer bond ze die vast aan haar hand.

En af en toe, op spannende momenten, verlangt het meisje nog wel eens terug naar haar trosje in haar handen.., maar diep van binnen weet ze dat ze zichzelf staande kan houden.

Patricia Knook

 

 

 

 

 

 

Kleine muis gaat vliegen

Ongevemuiser 40 jaar geleden werd hier in een dorpje niet ver vandaan kleine muis geboren. Het was een lief rond muisje, als je niet beter zou weten zou je denken dat ze heel gelukkig was. Het hol van de muizen familie zag er gezellig uit en er was voldoende plaats om buiten lekker te spelen. Er stond altijd een muziekje aan als moeder muis thuis was en er was voldoende eten en drinken in huis. Rondom het hol werd er gewerkt op het land. Vader muis werkte hier veel, moeder muis was thuis om voor kleine muis te zorgen. Moeder muis wilde graag, net als vader muis en opa&oma muis mee helpen op het land, maar zolang kleine muis nog niet op school was deed ze dit niet. Totdat kleine muis groot genoeg was om naar school te gaan. Vanaf dat moment veranderde de wereld van kleine muis. Op school waren er wel veel andere muizen maar daar speelde ze niet veel mee. Moeder muis had minder tijd voor haar omdat ze meer ging werken. Moeder muis was nog wel thuis als ze uit school kwam maar toch was het anders, het leek wel alsof kleine muis niet meer bestond.

Als dit bij groot worden hoorde wilde kleine muis het liefste haar hele leven klein blijven. Wat ging er niet goed? Dit vroeg ze zich vaak af. Soms vloog ze in haar dromen boven het hol van haar ouders. Alles ging gewoon door, het koken, het werken, de gesprekken, alsof kleine muis niet werd gemist. In plaats van haar stem te laten horen werd kleine muis steeds stiller en verdween ze steeds vaker in haar dromen. In deze dromen kon ze vliegen, weg van alles. Die droom werd haar wereld, misschien was het wel een idee om weg te vliegen. De echte wereld in op zoek naar hetgeen dat ze miste. Maar wat als ze het niet vond, wat dan? En vader en moeder muis in de steek laten, dat ging toch niet!?

Tot op een zekere morgen, kleine muis werd wakker, opende haar ogen en ze wist het; ‘Dit is de dag!’. Niet zomaar een dag, maar de grote dag! De dag waarop kleine muis haar vleugels werkelijk ging gebruiken, ze ging vliegen. Op zoek naar het avontuur dat ze ergens was kwijtgeraakt. Toen ze eenmaal aan het vliegen was zag ze dat ze niet het enige dier was. Heel veel anderen waren net als haar aan het zoeken. Wat ze precies zochten wist eigenlijk niemand maar van binnen wist kleine muis dat ze het zou vinden. Ze ontmoette veel dieren die op haar ouders leken, maar dat zocht ze niet. Een vader en moeder had ze al, ze was op zoek naar iets speciaals, iets van haar en niet van andere dieren. Na een aantal dagen vliegen, vele gesprekken en tranen ontmoette kleine muis een prachtige vis. De vis vloog niet maar zwom rondjes in een heel groot meer. Het water was prachtig blauw maar heel koud. Het maakte de vis niets uit, ze zwom alsof het de mooiste dag van haar leven was en nodigde kleine muis uit om bij haar te komen zitten. Waar ben je naar op zoek mooie muis? Dat wist kleine muis niet goed te vertellen. De vis zei; ‘Je hoeft niet te zoeken mooie muis, je bent goed zoals je bent. Kom bij mij en ik zal het je laten zien. Wat jij zoekt heb je al die tijd al bij je’. ‘Echt waar?’, vroeg kleine muis. ‘Waar zit het dan?’. De vis wees naar haar hart en zei; ‘Daar mooie muis’. Wat jij daar voelt, daar gaat het om, niet om de andere dieren om je heen. Vanaf dat moment durfde kleine muis weer te voelen wat ze voelde. Ze heeft nooit geweten dat het avontuur zo dichtbij was. De zoektocht stopte bij de vis, het avontuur begon bij de vis. Dank je wel prachtige vis, zei kleine muis.

Conny

Geloof in jezelf!

zigeunersEen zigeunerfamilie trekt door het land. Een vader,de zigeunerkoning had de verantwoording van het reizende gezelschap. Zijn vrouw zorgde voor het gezin / huishouding, de woonwagen en het wel en wee van de andere reizigers.
Het reizende gezelschap had het niet makkelijk gehad,veel ontberingen doorstaan. De zigeunerkoning was er altijd voor hen geweest en had veel compassie met het leed wat voorbij kwam; dat en de dagelijkse werkzaamheden namen veel van zijn tijd in beslag.
Ze hadden 4 kinderen; Marja, de oudste zus, Freek en Frank, de oudere broers en Elfriede het jongste meisje. Elfriede is nu 13 jaar. Ze leefde in haar eigen wereld. Er werd goed voor haar gezorgd, maar ze moest als dochter van de zigeunerkoning ook altijd het goede voorbeeld geven. Ze zag gebeuren dat haar broers en zus zich niet aan de regels hielden en hoe de zigeunerkoning dit afstrafte met woorden en heel soms ook met een pak slaag. Hij moest een goede reputatie hoog houden. Dat maakte Elfriede heel verdrietig en ze zorgde er voor dat op haar niets aan te merken viel. Ze was lief en gehoorzaam en deed goed haar best op school, hielp haar moeder en hield zich verder maar stil.

Er kwamen veel mensen in hun woonwagen langs met hun zorgen en problemen.
Zoals de leeuwen koning, die een kind had met een handicap; de zigeunerkoning maakte aanpassingen in hun woonwagen om het ze gemakkelijker te maken. En een vrouw die ziekelijk was en vaak naar de dokter moest; de zigeunerkoning reed haar er naar toe.
En altijd weer maakten de zigeunerkoning en de moeder hier ruimte voor; ze waren geliefd en graag gezien. Maar Elfriede en de andere kinderen zagen ze niet echt en ook niet wanneer ze zich verdrietig voelden, zij hadden het gevoel dat de anderen altijd belangrijker waren dan zijzelf.

Elfriede dwaalde vaak door het zigeunerpark. Ze ging vaak naar de clown, die haar aan het lachen maakte en naar de paardenverzorger, die werkelijk met de paarden kon praten.
Daar kon ze even zijn die ze wilde zijn. Vol bewondering voor het talent wat ze hadden om mensen blij te maken en om dieren te kunnen / willen begrijpen. Ze zou dit zelf ook wel willen, maar haar vader wilde dat ze meer van haar leven maakte, doorleerde en later werk met aanzien zou krijgen binnen het gezelschap.
Ze zag vanuit haar raam ’s avonds ook altijd vrolijke mensen bij het kampvuur zitten; lachend, pratend, drinkend, gitaarspelend en dansend om het vuur. Van haar vader mochten zij en haar broers en zus echter niet bij het kampvuur komen. Zo werd het dat ze soms stiekem de woonwagen uitglipte en de clown en de paardenverzorger opzocht en soms ook bij het kampvuur zat als haar ouders elders waren. Daar waar ze zichzelf mocht zijn, niets hoefde en geaccepteerd werd om wie ze was.

Van de clown leerde ze dat hij ook wel verdrietig was maar dat het aan het lachen krijgen van mensen hem hielp zijn eigen verdriet even te vergeten en dat de mensen hem waardeerde om zijn talent. Omdat hij dat zo goed kon vergaf de zigeunerkoning hem zijn losbandige leven dat hij leidde.

Van de paardenverzorger hield ze het meest; hij was zachtaardig, maakte altijd tijd voor haar en leerde haar hoe ze met dieren kon praten. Dit maakte dat ze haar gedachten en gevoelens steeds meer en beter ging uiten en ook de gave ontwikkelde om dieren te helpen die ziek waren, die zich anders gedroegen of niet meer wilde presteren / werken. Maar ze vond zichzelf nooit goed genoeg om dit aan de buitenwereld te laten zien hoezeer de paardenverzorger hier ook op aandrong en zei dat hij in haar geloofde. Haar vader zou dit nooit goed vinden,ze durfde het hem ook niet te vragen.
De jaren gingen voort.

Op een nacht droomde Elfriede van het zigeunermeisje dat als portret boven haar bed hing. Ze was bijna een engelachtige verschijning en Elfriede keek vol bewondering naar haar op. In een droom trok haar jonge leven aan zich voorbij, zij zag hoe goed ze altijd was voor anderen, de talenten die ze had met dieren en zag dat ze langzamerhand verdween in het beeld van het zigeunermeisje op het schilderij; dat was zij! Ze bewonderde zichzelf.
Met een schok werd ze wakker;dit was haar kracht die ze altijd al in zich gehad en waar ze in verder wilde..
Het was tijd om op eigen benen te staan, te staan voor haar eigen keuzes en wat zij belangrijk vond. En hoe moeilijk ze dit ook vond, dit ging ze vertellen aan haar ouders.
Ze werd dieren verzorgster van alle dieren in het kamp,deed goed en ontmoette goed, voelde zich sterk en merkte dat anderen naar haar wilde luisteren om wat zij te vertellen had. En de avonden bracht ze nu vaak door bij het kampvuur. Het vuur laaide daar soms hoog op van vreugde, passie, muziek en zang en ze genoot ervan.
Josè

De boom die maar niet groeide

boom meisjeLea was een meisje van 10 jaar, die heel erg geloofde in het goede in de mensen om haar heen. Ze groeide op in een gezin met broertjes en zusjes, een vader en een moeder. Vanaf vlak na haar geboorte merkte ze al haar gevoeligheid op wanneer er in het gezin dingen anders liepen en er ook van haar verwacht werd om dingen te doen die ze niet echt begreep, maar wel voelde dat dit nodig was. Zo voorvoelde ze de angsten en de onmacht bij haar moeder in de dagelijkse zorg voor het gezin, ervaarde ze het verdriet en de zorgen van haar vader hierbij en voelde dat ze haar broertjes en zusjes in bescherming wilde nemen.
Haar eigen angsten en onzekerheden moesten maar even wijken.

Dit maakte dat ze vaak letterlijk door het leven ging met haar voeten net een stukje van de grond; alsof het dan minder erg was wat zij zelf voelde en ze zich beter kon concentreren op de lieve mensen om haar heen die haar zo nodig hadden,zo had ze ook beter overzicht.. Zo leerde ze zichzelf om makkelijker door het leven te stappen, je hoefde dan immers niet iedere keer je voeten op de grond te zetten en vervolgens weer op te tillen….. Ze leek wel een beetje op een boom die weinig tot geen wortels heeft, heen en weer werd gezwiept door de wind, maar net niet omviel.

Lea kon op deze manier, zo goed als een kind dat maar kan, er voor haar vader, haar moeder en haar broers en zusjes zijn. Als ze hun een moment van geluk kon bezorgen was zij ook even gelukkig. De gelukkige en blije momenten die wilde ze zich vooral herinneren. Dat schreef ze ook op in haar dagboek; wat ze op school beleefde, wat ze met haar vriendinnetjes deed en de spelletjes die ze samen met haar broers en zusjes deed.

Lea was graag buiten, ze genoot van de frisheid en de ruimte, maar ze merkte ook dat als ze op het strand was het zand niet echt kon voelen tussen haar tenen. Als ze in het bos was niet de sensatie voelde van takjes en steentjes onder je voeten. En als ze in bed lag haar lichaam niet helemaal kon laten rusten op het matras. Stel je voor dat je je daaraan overgaf………..Nee, dan was het beter dat ze net er boven bleef ‘zweven’, genoeg om alert te blijven.

Ze zag bij andere kinderen dat dit anders was; zij de grond en de aarde beleefden; zich koesterden aan het warme zand en Au! riepen van de sensatie van takjes en steentjes onder hun voeten. Zij konden zich ook gemakkelijker overgeven aan hun fantasieën en dromen…..

Op een dag ging ze alleen naar het bos niet ver van hun huis. Ze zag grote dikke stevige bomen met oneindig lange wortels; ze klom er graag in en leunde er tegen als ze uit wilde rusten; het voelde dik en stevig. Maar nu zag ze ook de bomen die er tussen stonden; ze waren dun en iel; je zag enkele wortels zitten wanneer de wind ze heen en weer zwiepte en je telkens aan het twijfelen bracht of de boom dit wel zou gaan redden. Het leek wel of deze dunne bomen steeds maar hoger en hoger wilde reiken om zo ook een glimp van het zonlicht op te vangen om zich aan te koesteren. En dat dit ten koste ging van hun wortels waar dan steeds aan getrokken werd en er zo ook voor zorgde dat er geen nieuwe wortels konden ontstaan.

Ze zag toen pas de oude vrouw zitten op een stam van een omgevallen boom. Ze had haar wel eens eerder gezien, maar toen was ze altijd een beetje bang geweest en had ze snel een andere weg genomen. Nu was Lea echter nieuwsgierig wie het was en waarom ze vaak in het bos kwam. Ze zag dat de vrouw bezig was; ze was een riem aan het maken van buigzame takken die ze ineen vlocht. Lea ging naast haar zitten, samen zwegen zij lange tijd. Lea voelde zich vertrouwd bij deze oude vrouw, die niets van haar verlangde en haar liet zijn wie ze was.

Toen de riem van buigzame takken klaar was legde de oude vrouw deze in de schoot van Lea zodat Lea kon voelen hoe stevig deze was en hoe zwaar ook. De vrouw vertelde haar dat ze deze riemen maakte voor de bomen waarvan de wortels niet sterk waren en telkens dreigden om te vallen wanneer de wind blies. Vervolgens haalde ze van onder haar schort 3 grote stukken schors; ze had er een soort buidels van gemaakt die later aan de riem zouden worden gehangen. Lea werd nu toch wel heel nieuwsgierig en wilde weten wat er dan in de buidels van schors opgeborgen werd en hoe dit de bomen zou helpen om dieper te wortelen en sterker te worden. De oude vrouw die ook een hele wijze vrouw bleek te zijn vertelde Lea dat ze de buidels vulde met zuiver water waaraan ze telkens een woord toevoegde als ze ze vol schonk.

De eerste buidel kreeg zuiver water waaraan het woord Verbinding was toegevoegd.

De bomen hadden het afgeleerd om zich werkelijk te verbinden met de wereld om hen heen. Ze moesten steeds maar hoger reiken om zich met zonlicht te voeden en bleven iel en dun. Intussen werd hun voeding uit de grond door de grote bomen om hen heen weggehaald. Dit maakte dat de andere bomen verder konden groeien, maar zijzelf klein bleven.
Ze hadden niet geleerd dat verbinden allereerst met jezelf plaats vindt en dat je mag houden van jezelf, dat je de moeite waard bent en mag vragen wat je nodig hebt om eerst zelf stevig en groot te worden, zodat kinderen er later in kunnen klimmen en mensen er tegen aan kunnen leunen om uit te rusten.

De tweede buidel kreeg zuiver water waaraan de woorden Veiligheid en Vertrouwen waren toegevoegd.

De iele bomen zouden zich veilig moeten voelen in de beschutting van de grote dikke bomen om hen heen. Echter niets was minder waar; zij durfden daar niet op te vertrouwen en lieten zich verleiden om zo snel mogelijk om hoog te groeien om zo zelf toch wat zonlicht op te vangen. Ze hadden niet door dat ze daarmee juist hun eigen veiligheid uit het oog verloren…
Door nu te leren niet meer zo naar anderen op te kijken en je niet meer te laten verleiden zullen de bomen veel dichter bij zichzelf blijven. Hun eigen kwaliteiten/vaardigheden leren ontdekken, ervaren dat ze de dingen op hun eigen manier mogen en kunnen doen.
Door goed voor jezelf te zorgen en je te laten zien in wat je kunt en in wat je nog nodig hebt zullen anderen jou ook werkelijk gaan zien en rekening met je willen houden.

Deze twee buidels van schors hing de oude en wijze vrouw aan de riem. De vrouw vroeg Lea haar te helpen om deze riem om een iele boom te doen die achter hen stond. De riem was zo zwaar dat ze deze met zijn tweeën moesten tillen en om de boom heen slaan. Het kostte Lea veel inspanning maar het lukte met hulp van de vrouw. Lea zag de derde schors-buidel nog voor de omgevallen boomstam liggen en vroeg de oude wijze vrouw waarom deze nog niet gevuld was en aan de riem werd gehangen. De oude wijze vrouw zei dat deze buidel pas later zou worden toegevoegd wanneer de eerste twee buidels hun werk hadden kunnen doen; het water was opgenomen in de bast en de schors-buidels zichtbaar vergroeid waren met de boom. Ze vroeg Lea geduld te hebben…………………

De tijd verstreek. Lea werd ouder, maar ze was de oude wijze vrouw en haar verhaal niet vergeten. Dikwijls kwam ze in het bos bij de boom en zag dat de schors-buidels steeds meer onzichtbaar werden en vergroeiden met de stam. Ze zag ook dat de stam dikker werd en de boom dieper wortelde en niet meer zo heen en weer werd gezwiept wanneer het waaide……

Toen ze weer eens bij de boom kwam kijken zag ze direct de oude wijze vrouw weer op de omgevallen boomstam zitten met de derde buidel in haar hand.

Nu vulde de vrouw ook de derde buidel met zuiver water waaraan ze de woorden Met een open hart toevoegde.

 

Lea begreep die woorden niet en vroeg wat het betekende….De oude wijze vrouw legde haar uit dat de boom veel alleen had moeten doorstaan. Daardoor was hij zo kwetsbaar en wantrouwend geweest waardoor hij het al nooit durfde om zijn hart te laten spreken, bang als hij toen altijd al was om dan juist te zullen omvallen. Nu de boom het water van Verbinding, Veiligheid en Vertrouwen heeft opgenomen en vandaaruit ook op zichzelf en anderen heeft leren vertrouwen staat hij letterlijk steviger in de aarde.
Nu heeft hij ook de ruimte om zijn hart te laten spreken en zijn verhaal te mogen doen en in zichzelf en in de ander te gaan geloven.

Samen hingen ze nu ook deze derde schors-buidel aan de riem die nog maar net zichtbaar was om de boom. Lea voelde dat deze buidel lang niet zo zwaar was als de andere twee.
Ze sloeg spontaan haar armen om de boom en fluisterde zachtjes; “ Je kan het!”.
Toen ze zich weer omdraaide was de oude en wijze vrouw verdwenen….

Lea liep langzaam terug naar huis. Onderweg merkte ze dat ze zo nu en dan Au! riep vanwege de takjes en steentjes die ze onder haar blote voeten voelde.
Die nacht zonk ze diep weg in haar matras en droomde van de grote sterke boom en de buidels.

En morgen…morgen ging ze met haar vriendinnen naar het strand, ze verheugde zich er nu al op om het warme zand tussen haar tenen te voelen en door haar handen te laten glijden.

Josè

Het meisje en de beer

Er was eeherbert-bear-1-772580-mns een heel lief klein meisje met mooie blonde haartjes. Het meisje viel op door haar prachtige blonde, krullende haren, deze waren heel licht van kleur en glansde prachtig in het zonlicht. Soms als je naar haar kijkt is het alsof je een engeltje ziet. Het meisje kan heel dromerig zijn. Dan droomt ze dat ze in een groot grasveld loopt met alleen maar mooie bloemen en een hele grote boom erin waaronder ze dan kan gaan zitten. Als ze onder de grote boom op het veld zit is ze veilig. Ze zit daar alleen niemand kan bij haar en niemand hoeft iets van haar. Het is een super fijne plek voor het meisje daar is ze het liefst. Alleen onder de boom in het prachtige bloemenveld, het ruikt er heerlijk, ze kan naar de wolken kijken en fantaseren dat ze bijvoorbeeld kan vliegen. Het gevoel van vrijheid als ze zou kunnen vliegen lijkt haar heerlijk. Als het dan te moeilijk wordt in haar andere wereld zou ze zomaar weg kunnen vliegen hoe vet zou dat zijn. Het meisje denkt na over haar leven in de andere wereld en wil daar helemaal niet aan denken maar ze weet dat ze terug moet…..

In de andere wereld is het druk er moet van alles. Het is er zo druk dat het lijkt alsof er nooit tijd is om onder de boom te gaan zitten. Het meisje heeft er moeite mee maar past zich aan. Dit doet ze al een lange tijd. Ze krijgt er buikpijn van en gaat zich steeds eenzamer en anders voelen dan al die andere mensen om zich heen. Het meisje gaat steeds vaker dromen over haar boom en wil daar steeds naar toe. Ze mag dit niet van de wereld om haar heen ze moet in de drukke wereld mee draaien. Het meisje is krachtig en laat de drukke wereld op allerlei manieren zien dat ze het niet kan. Maar die drukke wereld snapt haar niet. Het meisje wordt steeds verdrietiger en raakt helemaal op.

De bloemen in het ooit zo mooie veld lijken ook wel te verwelken en haar in de steek te laten. De ooit zo mooie lekker ruikende plek onder de boom is nu ook grauw geworden en voelt niet meer prettig. Het meisje vraagt zich af waar ze dan toch heen moet keren om zich fijn en gehoord te voelen. Ze is heel verdrietig en ziet het echt niet meer zitten. Ze gaat zichzelf pijn doen en wil stoppen met het leven. Zo verdrietig is ze. Ze is radeloos en de drukke wereld om haar heen lijkt dit ook te zijn.

Verdrietig zakt het meisje op de dorre grond onder de boom neer en begint met huilen, huilen en ze kan niet meer stoppen. Ze huilt zoveel dat er een rivier ontstaat die naar beneden stroomt. Het meisje heeft dat door haar eigen verdriet niet eens in de gaten totdat ze het water hoort kolken op de stenen. Ze kijkt op en schrikt van de woeste rivier die is ontstaan. Ze vindt het erg verwonderlijk dat zij deze heeft gemaakt met al haar verdriet. Ze kijkt ernaar en merkt dat de tranen stoppen met stromen. Ze weet als ze wat stenen weg zou halen uit het water dat dan het water wat rustiger zou gaan stromen want de grote stenen liggen in de weg. Ze stapt op de stenen af en probeert er beweging in te krijgen maar daar is ze te klein en niet sterk genoeg voor. Ze probeert en probeert maar het lukt haar niet. Verdrietig zakt ze door haar knieën en begint weer zachtjes te huilen. Zo zit ze daar een tijdje en weet het echt niet meer. Ze wil zich weg laten drijven door de stroom van de rivier dan hoeft ze niks meer dan is het klaar. Maar is dat wel wat ze echt wil, nee eigenlijk niet maar wat moet ze dan? Ze kan het niet alleen!!!!

Plots herinnerd ze zich haar grote vriend beer, die sterk is en krachtig. Beer is er altijd voor haar geweest. Hij ging mee op vakantie, naar feestje, logeerpartijtjes, hij sliep altijd bij haar. Misschien  kon ze hem om hulp vragen. Maar wat als beer nee zou zeggen of als hij geen zin had wat dan? Nee dat kon ze niet doen straks wijst hij haar af, dat wil ze niet dat overleefde ze niet. Had het meisje nog meer keuzes? Ze dacht na maar kon er geen bedenken. Alleen ging haar dit echt niet lukken. Ze dacht na en bedacht dat beer haar nog nooit alleen had gelaten dus waarom zou hij dit nu wel doen.

Ze raapte al haar moed bij elkaar en ze ging naar hem toe en vroeg hem om hulp. Beer stond gelijk klaar zoals hij altijd al had gedaan. Hij keek haar aan met zijn kraal ogen en het meisje voelde zich veilig en beschermd. “Kom op”, zei beer “we gaan deze klus klaren”. Samen liepen ze op de rivier af. Beer moest even slikken toen hij de grote stenen zag. Het meisje keek hem hoopvol aan en beer knikte en zei: “het komt goed . Ik ben sterk, ik ben niet voor niks een beer!” Samen gingen ze aan de slag met de grote stenen. Het kostte heel wat kracht en tijd om ze van hun plek uit de rivier te krijgen. Ze hebben samen gehuild, geploeterd en gelachen toen ze aan het opruimen gingen. Met beer heeft ze altijd veel kunnen lachen. Beer had humor vooral veel zelfspot dat vond ze zo leuk aan hem. Beer kon zichzelf met zijn kraal ogen en pindakaas mond vreselijk aanstellen en gek doen dit vond het meisje geweldig. Dat heeft het meisje zelf ook die humor en die zelfspot zelfs als ze het heel moeilijk heeft. Beer was ook lekker rustig die zei nooit niet veel, oordeelde niet over haar. Bij hem mocht en kon ze zichzelf zijn. Beer vond alles goed. Beer sprak haar ook weleens aan op bepaalde zaken maar van hem kon ze dat goed verdragen want beer snapte haar. Die voelde haar aan, wist wat ze nodig had. Het klusje was niet zomaar geklaard. Er waren dagen dat het regende en stormde dan was het zwaar om in de rivier te werken. Maar samen met beer lukte het meisje het om de klus te klaren. Ze was trots op zichzelf en heel dankbaar naar beer. Beer was een goede vriend ze hield echt van hem. Toen de rivier verlost was van de grote stenen was het water rustig en kolkte niet meer. Het was nu rustig en had een gladder oppervlak. Ze keek erna en dit gaf rust dit was wat ze wilde, ondertussen waren ook de bloemen in het veld weer gaan bloeien en was de heerlijke geur van de mooie bloemen weer aanwezig. Ze gaf beer een super dikke knuffel en bedankte hem voor zijn hulp en vertelde hem dat ze veel van hem hield. Ze ging onder de boom zitten om te bedenken wat ze nu wilde gaan doen. Ze moest terug naar die drukke wereld maar hoe?

Ze bedacht een plan. Ze wilde een bootje bouwen waarop ze de rustige rivier op kon en in haar eentje haar riviertje af kon gaan varen op haar tempo, op haar eigen kracht. Ze wist dat ze die had maar had de tijd nodig deze te laten ontpoppen. Het meisje vertrouwde erop dat de drukke wereld haar de tijd en ruimte zou geven om in haar bootje te gaan dobberen zodat ze zelf kan ontdekken wat een prachtig mooi meisje ze is en wat een kracht ze in zich heeft. Ze zal op haar weg in de rustige kabbelende rivier echt nog wel grote stenen en kolkende watermassa’s tegen komen. Maar ze weet nu dat beer er altijd is om haar te helpen dat heeft hij gezegd en hij heeft haar nog nooit in de steek gelaten. Het meisje weet echter nog niet dat beer een deel van haarzelf is maar daar komt ze al varende op haar bootje wel achter.……………

 

Trudy